Onder tolken wordt het omzetten van het gesproken woord in de ene taal naar de andere tijdens vergaderingen, conferenties etc. verstaan. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen vier verschillende vormen:

Simultaan tolken
Hierbij bevindt de tolk zich in een cabine en luistert via een koptelefoon naar de spreker. De vertaling spreekt hij tegelijkertijd in in een microfoon, zodat de luisteraars die door hun koptelefoons kunnen horen. Deze manier van tolken wordt voornamelijk gebruikt tijdens grote evenementen of voor grote groepen.

Consecutief tolken
Terwijl er gesproken wordt, luistert de tolk en neemt hij notities. Na ongeveer tien minuten neemt hij de plaats van de spreker in en geeft in de doeltaal weer wat deze gezegd heeft. Deze manier van tolken is aangewezen wanneer er geen tolkmateriaal (cabines, koptelefoons) voorhanden is.

Fluistertolken
Ook hier spreekt de tolk gelijktijdig met de spreker, maar het grote verschil is dat er niet met een cabine of koptelefoons gewerkt wordt. De tolk neemt plaats achter het publiek en fluistert als het ware de vertaling in het oor van de luisteraar. Hierdoor is deze manier van tolken uiteraard beperkt tot kleine groepen.

Verbindingstolken
Hierbij vertaalt de tolk een gesprek tussen twee personen zin per zin. Hij werkt hier in beide richtingen, dus van taal A naar taal B en van taal B naar taal A. Het werk van een tolk is erg belastend. Daarom is het gebruikelijk dat er voor elke talencombinatie telkens twee tolken aanwezig zijn, die elkaar dan ongeveer om het halfuur afwisselen.